De inflatie van mijn privacy wordt niet geïndexeerd... Met real life case ‘De sportkeuring’ De wetgeving in Nederland volgt schoorvoetend de razendsnelle ontwikkelingen die de informatietechnologie mogelijk maakt. Beroepsmatig heb ik regelmatig met privacy-dilemma’s binnen de (marketing) communicatie te maken. Toch maak ik me daar zelden zorgen over. Als consument en burger ervaar ik het vervagen van de grens tussen de persoonlijke en publieke levenssfeer als een veel groter probleem. Pas geleden stond ik in het middelpunt van een ‘real life case’ die dat aardig illustreert. De sportkeuring Omdat ik dit najaar in Berlijn de marathon wil lopen en mijn laatste sportkeuring 30 jaar geleden plaatsvond, toen het nog bij alle sportbonden verplicht was, heb ik besloten een uitgebreide sportkeuring te ondergaan. Nadat ik telefonisch een afspraak heb gemaakt meld ik me om 9.00 uur ’s ochtends bij het SMA in Amsterdam. Die naam zal binnenkort nog wel veranderen, zodra de sportmedische adviseurs beseffen dat ‘sma’ een straattaalwoord is dat met ‘chickie’ concurreert als licht seksistische term voor ‘vrouwelijk lekker ding’. 'Hé sma, warr gha jai?' als eigentijdse variant op ‘Zeg Roodkapje, waar ga jij henen?’ Daarmee zou het poliklinische onderkomen naast het Lucas/Andreas-ziekenhuis net zo goed een bordeel kunnen zijn, denk ik bij binnenkomst. Ik meld me bij de receptie met een potje ochtendurine, een ingevuld vragenformulier, identiteitsbewijs, sportschoenen, sportbroekje, handdoek en honderdzeventig euro. De telefoniste heeft ervoor gezorgd dat ik vooral goed heb begrepen dat ik contant moet afrekenen. Sportarts Henk roept mij binnen en neemt het vragenformulier met me door. Dan mag ik mij tot op mijn onderbroek uitkleden en weer gaan zitten. Ik ben tien minuten binnen en Henk is al twee keer gebeld. Wat ik van de gesprekken opvang wekt niet de indruk dat het dringend is, maar Henk neemt de tijd die het gesprek nodig heeft. Gelukkig telkens maar een minuut.
Henk is klaar met zijn telefoongesprek, wisselt een paar woorden met de sma en verdwijnt met haar door de zijdeur. Als hij terugkomt geeft hij geen verklaring voor al zijn nevenactiviteiten tijdens het uur dat ik hem heb ingehuurd en begint mijn lichaamsmaten op te meten. Daarna volgt onderzoek aan mijn lijf en ledematen. Als Henk weer gebeld wordt is het de clubarts van Ajax. Of ik het nu wil of niet, ik krijg ongevraagd de discussie tussen twee sportartsen mee of de geblesseerde aanvaller X zich bij het trainingskamp van bondscoach Neeskens (van het Nederlandse B-elftal) moet voegen of beter bij zijn club kan revalideren. Henk gaat dus in ieder geval dit uur ook nog bij de KNVB declareren, dat is me duidelijk. Ga direct naar de uitgang, u betaalt € 170 Met veel van zijn collega-medici heeft Henk de onbehouwen omgangsvormen gemeen. Het gaat er allemaal vrij bot en niet echt klantvriendelijk aan toe. En het respect voor de niet-medische medemens is ook ver te zoeken. Maar waar is hier dan wiens privacy in het geding? De Wet Bescherming Persoonsgegevens is waarschijnlijk niet echt overtreden. Maar als patiënt heb ik er recht op dat mij om toestemming gevraagd wordt als ik mijn (medische) persoonsgegevens met iemand anders dan de onderzoekend arts moet delen, in dit geval met een sma in opleiding. Henk onderschat daarnaast het gevaar dat hij zelf loopt met de informatie die mij ter ore komt, waarmee hij de privacy van anderen schendt. Om de privacy van Henk zelf te beschermen, heb ik in dit verhaal niet zijn echte naam gebruikt en ook was de topclub in kwestie een andere. Maar in ieder geval wist ik al drie dagen van te voren dat de bewuste speler niet zou spelen en dat daar ook clubbelangen speelden, die door de bondsarts werden afgedekt. De topclub in kwestie was ook niet AZ, en dat is maar goed ook. Daar kom ik toevallig af en toe zakelijk over de vloer. Een andere keuringskandidaat zou mogelijk weer andere informatie hebben gehoord die juist in zijn oren gevoelig werd. Moet ik er zomaar op vertrouwen dat medici als Henk zorgvuldig met mijn elektronisch patiëntdossier omgaan? Dat in steeds bredere lagen van de samenleving onverschillig wordt gedaan over dit soort aspecten van persoonsgegevens duidt op een algemene inflatie van privacy. En daar moeten we ons misschien even veel zorgen over maken als over onze niet-geïndexeerde pensioenen. Of ik Henk hierop heb aangesproken? Nee. Waarom niet? In de eerste plaats omdat ik in dit soort situaties een beetje secundair reageer, net als de meeste mensen met een iets langer lontje. Daarna vraag ik me meteen af wat ik ermee opschiet als ik er op terug zou komen? Ik heb het een keer bij een chirurg geprobeerd, maar terwijl zijn goudvis het allang had gesnapt en verveeld rondjes begon te zwemmen, wist de man zelf nog steeds niet waar ik het over had. Tot slot doe ik wat veel klanten in dit soort situaties uiteindelijk doen: non-verbaal communiceren en stemmen met de voeten. Bij de volgende keuring komt geen sma meer aan mijn lijf. Ab Bertholet, 9 april 2009 |